Taal - Logopedie SamenSpraak

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Taal

Taal

Taal zorgt ervoor dat mensen contact met elkaar kunnen hebben, hun gedachten en gevoelens kenbaar kunnen maken en wensen duidelijk kunnen maken. Dit maakt taal dus een zeer belangrijk hulpmiddel.
Wanneer iemand problemen heeft met taal, staat dit een goede communicatie in de weg. Dit kan allerlei gevolgen hebben, zoals problemen binnen de schoolloopbaan of carrière, gedragsproblemen of sociale isolatie. Vroegtijdige signalering van spraaktaalproblemen is van wezenlijk belang.

De belangrijkste taal georiënteerde stoornissen zijn:
• Taalontwikkelingsstoornissen bij kinderen.
• Afasie: het verlies van taalvermogen na een hersenbloeding of beroerte, of na een hersenbeschadiging als gevolg van een ongeval, operatie of ziekte.
Ook het meertalig opgroeien kan voor taalproblemen zorgen als er sprake is van taalzwakte.

Taalontwikkelingsstoornis

Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is een stoornis in het leren van taal. Vaak is een taalontwikkelingsstoornis al op jonge leeftijd te herkennen. Er kan sprake zijn van een verlate of vertraagde ontwikkeling of een afwijkende/gestoorde ontwikkeling.
Sommige kinderen zijn laat met praten. Ze beginnen bijvoorbeeld pas op 3-jarige leeftijd met het praten in zinnen. Er is dan sprake van een vertraagde taalontwikkeling. Bij andere kinderen verlopen stukjes van de taalontwikkeling anders dan gemiddeld. Een kind kan bijvoorbeeld een normale woordenschat hebben. Het begrijpt alles wat er gezegd wordt ook uitstekend. Maar het heeft moeite met het verwoorden van zijn/haar gedachten. Dan is er sprake van een afwijkende taalontwikkeling.

Kenmerken taalontwikkelingsstoornis
Hoe weet je of er sprake is van een taalontwikkelingsstoornis? Kinderen die daar last van hebben, kunnen één of meer van de volgende kenmerken vertonen:
• het kind kent weinig woorden;
• het kind heeft moeite om op een woord te komen;
• het kind is moeilijk verstaanbaar;
• het kind vertelt vaak hetzelfde (vaak dezelfde woorden);
• het kind maakt veel fouten in zinnen;
• het kind maakt erg korte zinnen;
• het kind begrijpt vaak niet wat er verteld wordt;
• het kind klapt dicht of zegt ‘dat weet ik niet’ als er een vraag gesteld wordt;
• het kind is stil en praat weinig;
• het kind lijkt niet te luisteren;
• het kind praat veel met denkpauzes, stopwoorden en/of herhalingen;
• het kind wordt driftig als het niet begrepen wordt of als het zelf iets niet begrijpt;

Bij kinderen met taalproblemen maken we onderscheid tussen niet-specifieke taalontwikkelingsstoornissen en specifieke taalontwikkelingsstoornissen.
- Bij niet-specifieke taalontwikkelingsstoornissen verloopt de taalontwikkeling vertraagd of afwijkend als gevolg van, of in combinatie met een ander probleem, zoals een verminderd gehoor, moeite met de contactname of een verstandelijke beperking. De aanpak zal gericht zijn op de factor die het meest op de voorgrond staat.
- Bij een specifieke taalontwikkelingsstoornis gaat het om kinderen die uitsluitend problemen hebben in de taalontwikkeling.

Oorzaken
Soms is er een tijdelijke oorzaak aan te wijzen voor de taalontwikkelingsstoornis. Een kind kan bijvoorbeeld veel last hebben van middenoorontstekingen en daardoor tijdelijk niet goed horen. Vaak is er geen duidelijke oorzaak aan te geven en wordt verondersteld dat er ergens in het brein een verstoring optreedt die met de huidige neurologische onderzoeksmethoden niet kan worden vastgelegd. Taal is ook een kwestie van aanleg. Zoals sommige mensen meer dan gemiddeld moeite hebben met bijvoorbeeld wiskunde, zo hebben anderen een zeer zwakke aanleg voor taal. Dit is vaak erfelijk bepaald.

Gevolgen
Taalproblemen kunnen grote gevolgen hebben als ze niet worden onderkend. Als je bepaalde dingen niet goed begrijpt of niet goed duidelijk kunt maken, kan dat leiden tot misverstanden in de communicatie. Die frustraties worden soms vertaald in agressief of juist teruggetrokken gedrag. Een stoornis in de mondelinge taal kan ook negatieve gevolgen hebben voor het lezen en schrijven. En omdat taal ook een belangrijke rol speelt bij het denken, kunnen taalproblemen de oorzaak zijn (of worden) van leerproblemen of leerachterstanden.

Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt uitgebreid de taal en de spraak van het kind. Daarbij wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde testen. Soms kan een doorverwijzing naar een audiologisch centrum worden gedaan voor een multidisciplinair onderzoek.
De logopedische behandeling is indirect en/of direct. Bij een indirecte therapie instrueert en begeleidt de logopedist de ouders of verzorgers in de manier waarop ze het kind tot spreken kunnen stimuleren. Bij de directe logopedische behandeling staat de wisselwerking tussen kind en logopedist centraal. De logopedist traint het taalbegrip en verbetert het luistergedrag; er wordt gewerkt aan de woordenschat, de zinsbouw en de uitspraak. Bij kinderen die nog niet of nauwelijks spreken krijgen de voorwaarden om tot spreken te komen aandacht: het gebruiken van taal voor een bepaald doel, het imiteren van een ander, het oogcontact, het nemen van beurten etc.
De ouders of verzorgers worden zoveel mogelijk bij de behandeling betrokken. In de therapie wordt rekening gehouden met de totale ontwikkeling van het kind, de eventuele bijkomende problemen en de mogelijkheden in de omgeving van het kind. Het resultaat van de behandeling hangt onder andere af van de oorzaak van de vertraagde ontwikkeling. In het algemeen geldt dat een vertraagde spraak- en taalontwikkeling goed te behandelen is, zeker als de problemen al op jonge leeftijd onderkend worden. Al voor hun tweede jaar kunnen kinderen bij de logopedist terecht.
Daarnaast is een goede afstemming en samenwerking met leerkrachten of peuterspeelzaalleidsters van belang.

Meertaligheid
Bij twee- of meertaligheid komen kinderen tijdens hun ontwikkeling in aanraking met meer dan één taal. Het gaat vaak om kinderen van anderstalige ouders die thuis hun moedertaal leren en op de peuterspeelzaal of op school in aanraking komen met de Nederlandse taal. Of het gaat om kinderen van ouders met beide verschillende moedertalen, die vanaf de geboorte tweetalig worden opgevoed.

De culturele achtergrond van thuis heeft invloed op het verloop van de taalontwikkeling van het kind, in welke taal dan ook. Of er binnen het gezin veel of juist weinig gesproken wordt maakt uit voor het aanleren van de taal. Voorwaarde voor het ontwikkelen van een goede moedertaal is dat het jonge kind veel goede en gevarieerde taal in zijn directe omgeving krijgt aangeboden. Dus goed gevormde zinnen en woorden die duidelijk worden uitgesproken.
Wanneer de ontwikkeling in de eerste taal, de moedertaal, niet goed verloopt zal het leren van een tweede taal moeilijker gaan. Het kind kent de woorden, zinnen en taalregels nog onvoldoende in de moedertaal en kan deze daarom in de tweede taal niet goed toepassen.

In Nederland bestaat nog steeds de opvatting dat anderstalige kinderen hun thuistaal maar moeten vergeten als ze naar de kinderopvang of het basisonderwijs gaan. Ouders krijgen vaak het advies om thuis alleen Nederlands te praten. Dit is in veel gevallen echter af te raden. Een ouder die zelf gebrekkig Nederlands spreekt kan geen goede Nederlandse zinnen aan een kind leren.
Vroegtijdige onderkenning van de taalproblemen in de voor- en vroegschoolse periode en begeleiding van de kinderen en hun ouders, bevordert de taalontwikkeling en verbetert de kansen van deze kinderen.

Vanuit de zorgverzekeraars in Nederland is bepaald dat kinderen met taalproblemen alleen in aanmerking komen voor behandeling als de diagnose ‘taalontwikkelingsstoornis’ is gesteld. Deze diagnose krijg je niet zomaar. Bij meertalige kinderen moet de logopedist onderscheid maken tussen een taalachterstand en taalontwikkelingsstoornis.

Taalachterstand: doordat een kind onvoldoende goed taalaanbod vanuit de omgeving heeft gehad, heeft het geen eerlijke kans gehad om de taal zelf te verwerven. Er is dan sprake van een blootstellingsachterstand. De logopedist kan ouders en leerkrachten adviezen geven om de taalontwikkeling in beide talen te stimuleren. Bijvoorbeeld door thuis voor te gaan lezen.

Taalontwikkelingsstoornis: ondanks dat het kind voldoende goed taalaanbod vanuit de omgeving heeft gehad, is de taal niet voldoende ontwikkeld. Een taalontwikkelingsstoornis heeft een kind altijd in beide talen. De rol van de ouders bij het aantonen van de achterstand in de eigen taal is van belang.

Wat doet de logopedist?
De logopedist nodigt ouders uit voor een intakegesprek. Tijdens dit gesprek wordt de gehele taalontwikkeling (ook in de moedertaal) in kaart gebracht. Wanneer hieruit blijkt dat er vermoedelijk in beide talen een taalprobleem is, zal de logopedist de taalontwikkeling gaan onderzoeken. Na het uitgebreide taalonderzoek zal de logopedist besluiten of er een indicatie is voor behandeling.

Binnen Logopedie SamenSpraak hebben de logopedisten veel ervaring met het werken met meertalige kinderen en hun omgeving. Daarnaast heeft Judy Kuipers de post-HBO cursus ‘Logopedie aan anderstalige en meertalige kinderen’ gevolgd.

Taalontwikkelingsstoornis (TOS)
Praat uw peuter nog nauwelijks? Is uw kind stil in de klas, praat hij onverstaanbaar of struikelt hij voortdurend over zijn woorden? Begrijpt uw kind niet altijd wat u zegt? Dan kan het zijn dat het een taalontwikkelingsstoornis (TOS) heeft.
 
Wat is TOS?
Een taalontwikkelingsstoornis is neurobiologische ontwikkelingsstoornis die erfelijk kan zijn. De precieze oorzaak is nog onbekend. Kinderen met TOS hebben moeite met taal. Verder lijkt er niets met ze aan de hand te zijn. Daarom is TOS een onzichtbare handicap. Intelligentie, gehoor en algemene ontwikkeling van het kind zijn normaal. Wel heeft het kind problemen bij het spreken en/of het begrijpen van taal, lezen en schrijven. Wanneer er al taalproblemen in de familie voorkomen, is de kans op TOS groter.
Hoe vaak komt het voor?
Naar schattig heeft 7% van de kinderen in de leeftijd van 5 jaar te maken met een taalontwikkelingsstoornis. Dat komt neer op twee kinderen per schoolklas. Het precieze aantal is nog niet onderzocht. Bij jongens komt TOS vaker voor dan bij meisjes.
Hoe herken je TOS?
Een taalontwikkelingsstoornis bij een kind kun je herkennen aan verschillende signalen:
• het kind spreekt in korte, onlogische zinnen
• het kind is slecht verstaanbaar
• het kind is stil en praat weinig
• het kind kan zich slecht concentreren
• het kind begrijpt anderen vaak niet
• het kind lijkt soms niet te luisteren
Niet ieder kind met TOS heeft last van al deze problemen. Soms wisselen de symptomen per levensfase. Omdat de signalen niet altijd herkend worden, denkt men vaak dat een kind met TOS gewoon niet zo slim is.
Bekijk dit filmpje voor het herkennen van signalen
Bekijk de feiten en cijfers over TOS
U kunt ook de SNEL-test doen. Deze test bestaat uit 14 vragen en is bedoeld om inzicht te krijgen in de taalontwikkeling van uw kind.
Doe de SNEL-test
Samenhang met andere stoornissen
TOS kan samenhangen met andere stoornissen, zoals een spraakontwikkelingsachterstand, een algehele ontwikkelingsachterstand, een informatieverwerkingsprobleem, een auditief verwerkingsprobleem of een gehoorprobleem. Ook spelen de mogelijkheden van het kind, psychologische factoren, sociale factoren en de aard en hoeveelheid taalaanbod een rol. Soms wordt er door de logopedist, leerkracht of arts een algeheel ontwikkelingsonderzoek (psychologisch, logopedisch en gehooronderzoek) geadviseerd. Zo kan worden bepaald of sprake is van een TOS.
Gevolgen
Een taalontwikkelingsstoornis kan veel impact hebben op het leven van een kind. Kinderen met TOS hebben een verhoogd risico op sociale, emotionele en gedragsproblemen. Ook hebben ze een verhoogd risico op lees- en leerproblemen en worden ze vaker gepest. Een kind met TOS kan problemen hebben bij het volgen van de lessen op school of moeite met het onderhouden van vriendschappen. Soms voelt een kind zich niet goed omdat hij of zij niet wordt begrepen. Dan kan het kind heel stil worden of juist agressief reageren. De communicatie met ouders en anderen verloopt soms verstoord. Dit kan voor ouders en kind heel moeilijk zijn.
TOS bij (jong) volwassenen
Sommige kinderen blijven hun hele leven last houden van de gevolgen van hun taalstoornis. Ze ondervinden op latere leeftijd problemen bij keuze van een studie of het vinden van een baan. De taal- en hieraan gerelateerde leerproblemen hebben tot gevolg dat een jong volwassene met TOS meestal laagopgeleid is. Miscommunicatie, zwakke mondelinge en schriftelijke taalvaardigheden beperken hun kansen op de arbeidsmarkt en geven jongeren een groter risico om hun baan kwijt te raken.
Stellen van diagnose
Soms wordt (het vermoeden van) TOS ontdekt op het consultatiebureau als het kind laat is met praten of weinig spreekt. Soms wordt op de peuterspeelzaal, kinderdagverblijf of op school pas ontdekt dat er iets niet klopt, of de ouders ontdekken dit zelf. Om de diagnose TOS te kunnen stellen worden de taalvaardigheid, het gehoor en de non-verbale intelligentie beoordeeld. Dit laatste om uit te sluiten dat de taalproblemen worden veroorzaakt door een gehoorverlies of verminderde intelligentie. De taalvaardigheid wordt in kaart gebracht met verschillende taaltests voor het taalbegrip en de taalproductie (woorden en zinnen). Daarnaast worden de communicatievaardigheden van het kind beoordeeld. Is de diagnose TOS, dan wordt in overleg met de ouders een plan gemaakt om zo gericht mogelijk aan de taalontwikkeling te werken. Vermoed u dat uw kind een taalontwikkelingsstoornis heeft? Ga voor advies naar de huisarts of het consultatiebureau. Zij kunnen u verder doorverwijzen.
Het belang van vroege signalering
Een kind heeft van 0 tot 6 jaar een gevoelige periode voor het leren van de taal. Omdat spraak- en taalverwerving op jonge leeftijd plaatsvindt, is het belangrijk problemen daarin zo vroeg mogelijk te signaleren. De taalgevoelige periode kan dan optimaal worden benut. Hoe eerder een TOS wordt ontdekt, hoe groter de kans op verbetering van de klachten.
Wat kan de logopedist betekenen?
Als de diagnose TOS is gesteld, moet worden bepaald welke behandeling het beste bij het kind past. Er bestaan diverse therapievormen, waaronder de indirecte en de directe therapie. Bij de indirecte therapie worden de ouders door de logopedist geïnformeerd en geïnstrueerd hoe zij de taalontwikkeling zo goed mogelijk kunnen stimuleren. De ouders leren hoe ze in allerlei dagelijkse situaties extra aandacht aan de taal van het kind kunnen besteden. Het kind krijgt op deze manier veel mogelijkheden om taal te koppelen aan ervaringen. Bij de directe therapie werkt de logopedist met het kind. Maar samenwerking met de ouders is ook hier uiterst belangrijk. 

Ernstige TOS
Een jonger kind met ernstige TOS is soms beter af in een speciale behandelgroep voor peuters waar een multidisciplinair team werkt aan verbetering van de ontwikkeling en taalstimulatie. Gaat een kind al naar school en heeft het een ernstige TOS, dan komt het in aanmerking voor plaatsing in of begeleiding vanuit een speciale school. Een TOS kan bij een deel van de kinderen niet worden verholpen. Wel kan een logopedist een kind helpen beter met taal om te gaan, zodat het zich toch kan redden in het leven.

Hoe herken ik een taalontwikkelingsstoornis bij mijn kind?
 
 
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu