Spraak - Logopedie SamenSpraak

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Spraak

Spraak, articulatie


Als iemand onduidelijk spreekt of bepaalde klanken niet goed kan uitspreken, kun je spreken van een spraakprobleem. Men is dan vaak minder verstaanbaar voor anderen. Spraakproblemen komen voor op alle leeftijden. Kinderen kunnen een achterstand in hun spraakontwikkeling hebben. Dan zie je meestal dat een spraakklank wordt vervangen door een andere of wordt weggelaten. Dit wordt echter pas als een achterstand bestempeld, wanneer een kind dit langer dan normaal blijft zeggen. Ook kan er sprake zijn van een articulatieprobleem waarbij klanken niet op de juiste manier worden gevormd (bijv. lipspelen, nasaliteit).


Wat is een vertraagde spraakontwikkeling?
De spraakontwikkeling noem je vertraagd wanneer een jong kind in zijn spraak duidelijk achterblijft bij leeftijdgenootjes. Het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder. Hij spreekt woorden soms verkeerd uit. Klanken worden vervangen of weggelaten (bijv. ‘koe’ wordt ‘toe’). Dit past echter ook bij de normale ontwikkeling. De ontwikkeling is vertraagd als kinderen dit langer doen dan gemiddeld.
Een vertraagde spraakontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen zoals slechthorendheid of een algehele achterstand. Maar het komt ook voor dat het kind slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt.
Een vertraging in de spraakontwikkeling geeft problemen: het kind wordt door de omgeving niet begrepen en het kan zich niet goed uiten. Dit kan tot gedragsproblemen leiden: het kind wordt opstandig en driftig als het niet begrepen wordt of het gaat zich juist steeds meer terugtrekken. Ook het leren op school kan moeizamer verlopen.
Gewoonlijk zijn het de ouders of verzorgers die zich op een bepaald moment ongerust maken over het spreken van hun kind; advies van een logopedist is dan zeker op zijn plaats. Als het kind zich gaat terugtrekken omdat het niet begrepen wordt, moet eveneens deskundige hulp ingeroepen worden.

Wat doet de logopedist?
De logopedist doet uitgebreid onderzoek naar de taal en de spraak van het kind. Daarbij worden onder meer gestandaardiseerde testen gebruikt. Verder kan er aanvullend onderzoek en eventueel behandeling door een kinderarts, KNO-arts of een multidisciplinair team op een audiologisch centrum nodig zijn.
De logopedische behandeling kan indirect of direct zijn. Bij een indirecte therapie instrueert en begeleidt de logopedist de ouders of verzorgers in de manier waarop ze het kind bij het spreken kunnen stimuleren.
Bij de directe logopedische behandeling staat de wisselwerking tussen kind en logopedist centraal. De logopedist heeft verschillende methodes ter beschikking waarbij op een speelse manier met het kind wordt geoefend. Er worden luisteroefeningen gedaan waarbij het kind leert minimale verschillen tussen woorden te onderscheiden. Het zelf correct uitspreken van voor het kind moeilijke klanken en klankcombinaties wordt eveneens geoefend. Een vertraagde spraakontwikkeling kan goed behandeld worden; het resultaat hangt onder andere af van de oorzaak.

Bij Logopedie SamenSpraak hebben Judy Kuipers-Janssen en Veronica Smeets de nascholing PROMPT gevolgd. Hiermee kunnen zij motorische spraakstoornissen behandelen middels tactiel-kinestetische ondersteuning, gericht op manuele manipulatie van de spraakbeweging.
Auditieve en/of visuele feedback kan niet voldoende input geven voor de patiënt. De logopedist kan dan met de eigen handen de lippen, kaak of tong van de patiënt vast willen pakken om de klank te vormen, zodat de patiënt kan ervaren hoe die klank wordt gemaakt. Dit is wat PROMPT biedt; van buitenaf hulp bieden bij het vormen van klinkers en medeklinkers door actief manipuleren van spiergroepen en lokalisaties. 

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu