Spraak - Logopedie SamenSpraak

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Spraak

Logopedie

Als iemand onduidelijk spreekt of bepaalde klanken niet goed kan uitspreken, kun je spreken van een spraakprobleem. Men is dan vaak minder verstaanbaar voor anderen. Spraakproblemen komen voor op alle leeftijden. Kinderen kunnen een achterstand in hun spraakontwikkeling hebben. Dan zie je meestal dat een spraakklank wordt vervangen door een andere of wordt weggelaten. Dit wordt echter pas als een achterstand bestempeld, wanneer een kind dit langer dan normaal blijft zeggen. Ook kan er sprake zijn van een articulatieprobleem waarbij klanken niet op de juiste manier worden gevormd (bijv. lipspelen, nasaliteit). Bij volwassenen kan er sprake zijn van binnensmonds of onduidelijk spreken als gewoontevorming.

Ook kan men spraakproblemen krijgen door een neurologisch oorzaak. Bijvoorbeeld een dysartrie ten gevolge van een herseninfarct of de ziekte van Parkinson.

Wat is een vertraagde spraakontwikkeling?
De spraakontwikkeling noem je vertraagd wanneer een jong kind in zijn spraak duidelijk achterblijft bij leeftijdgenootjes. Het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder. Hij spreekt woorden soms verkeerd uit. Klanken worden vervangen of weggelaten (bijv. ‘koe’ wordt ‘toe’). Dit past echter ook bij de normale ontwikkeling. De ontwikkeling is vertraagd als kinderen dit langer doen dan gemiddeld.
Een vertraagde spraakontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen zoals slechthorendheid of een algehele achterstand. Maar het komt ook voor dat het kind slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt.
Een vertraging in de spraakontwikkeling geeft problemen: het kind wordt door de omgeving niet begrepen en het kan zich niet goed uiten. Dit kan tot gedragsproblemen leiden: het kind wordt opstandig en driftig als het niet begrepen wordt of het gaat zich juist steeds meer terugtrekken. Ook het leren op school kan moeizamer verlopen.
Gewoonlijk zijn het de ouders of verzorgers die zich op een bepaald moment ongerust maken over het spreken van hun kind; advies van een logopedist is dan zeker op zijn plaats. Als het kind zich gaat terugtrekken omdat het niet begrepen wordt, moet eveneens deskundige hulp ingeroepen worden.

Wat doet de logopedist?
De logopedist doet uitgebreid onderzoek naar de taal en de spraak van het kind. Daarbij worden onder meer gestandaardiseerde testen gebruikt. Verder kan er aanvullend onderzoek en eventueel behandeling door een kinderarts, KNO-arts of een multidisciplinair team op een audiologisch centrum nodig zijn.
De logopedische behandeling kan indirect of direct zijn. Bij een indirecte therapie instrueert en begeleidt de logopedist de ouders of verzorgers in de manier waarop ze het kind bij het spreken kunnen stimuleren.
Bij de directe logopedische behandeling staat de wisselwerking tussen kind en logopedist centraal. De logopedist heeft verschillende methodes ter beschikking waarbij op een speelse manier met het kind wordt geoefend. Er worden luisteroefeningen gedaan waarbij het kind leert minimale verschillen tussen woorden te onderscheiden. Het zelf correct uitspreken van voor het kind moeilijke klanken en klankcombinaties wordt eveneens geoefend. Een vertraagde spraakontwikkeling kan goed behandeld worden; het resultaat hangt onder andere af van de oorzaak.
 
Wat is slissen en lispelen?
Bij slissen of lispelen wordt de /s/ verkeerd uitgesproken. Door te slappe tongspieren of te weinig beheersing van de tongmotoriek klinkt de /s/ onzuiver. In ernstige gevallen wordt het spreken hierdoor slecht verstaanbaar en soms als zeer storend ervaren. Sociaal gezien kan zo'n foute /s/ tot gevolg hebben dat een kind er in de klas mee geplaagd wordt. Volwassenen kunnen problemen verwachten als zij een spreekberoep kiezen.
Slissen kan op verschillende manieren veroorzaakt worden. De tong wordt bijvoorbeeld naar voren tussen de tanden geduwd waardoor een onzuivere /s/ wordt gehoord. Soms wordt ook bij andere klanken de tong naar voren geduwd, zoals de /t/ en de /d/.
De tong kan zijwaarts breed tussen de zijtanden of kiezen worden geschoven. Ook dan ontstaat een onzuiver /s/-geluid. Kinderen of volwassenen met een open beet, bij wie er te veel ruimte is tussen de onder- en boventanden, zullen hun tong vaak tussen de opening van de tanden duwen, waardoor een foutieve /s/ wordt gehoord. Als de /s/ verkeerd wordt uitgesproken, zijn andere klanken, zoals de /z/, /sj/ en /zj/, vaak ook fout.
Slissen en lispelen gaan vaak samen met afwijkende mondgewoonten. Door het slissen of lispelen kan de stand van het gebit beïnvloed worden. De tong duwt, door de voorwaartse of zijwaartse bewegingen de tanden uit elkaar waardoor bijvoorbeeld een open beet ontstaat. Gebitscorrectie heeft in zo’n geval alleen effect als ook het slissen en de eventuele afwijkende mondgewoonten worden afgeleerd.
Slissen of lispelen ontstaat meestal tijdens de spraakontwikkeling, maar kan op alle leeftijden voorkomen.

Wat doet de logopedist?
De logopedist gaat na wat de oorzaak van het slissen is. Het onderscheid tussen een goede en een foute /s/ wordt aangeleerd; hierbij worden het luisteren, kijken en voelen ingeschakeld. Met mondmotoriek oefeningen worden de spieren in de mond versterkt en men leert de tong op de juiste wijze te gebruiken.
Eerst wordt geleerd alleen de /s/ goed uit te spreken, daarna volgt de /s/ in lettergrepen, woorden en zinnen. Tenslotte moet de goede uitspraak gebruikt worden in het gewone spreken.
Het resultaat van de behandeling hangt af van de oorzaak van het slissen en van factoren als leeftijd, motivatie en inzet.

Wat is verbale ontwikkelingsdyspraxie?
Bij sommige kinderen komt het leren praten maar niet of moeizaam op gang. Eén van de oorzaken van het niet of verkeerd spreken kan een verbale ontwikkelingsdyspraxie zijn. Dit is een spraakstoornis die te maken heeft met de beweging: de mond wil niet op de juiste manier bewegen. Het kind heeft problemen met het programmeren, afstemmen en controleren van de bewegingen die nodig zijn voor het spreken.
Door deze stoornis zijn de klanken die het kind maakt soms onherkenbaar of ze komen in het woord op de verkeerde plaats terecht. Het komt voor dat het kind de klank wel in het ene woord kan maken en niet in het andere. Het kan zelfs zo zijn dat een klank of woord niet uitgesproken kan worden, terwijl het op een ander moment wel lukte.
Ook andere activiteiten van de mond kunnen problemen geven zoals eten, drinken, blazen en zuigen.
Het niet of slecht spreken leidt tot problemen in de communicatie: het kind kan niet duidelijk maken wat het wil en wordt niet begrepen door zijn omgeving. Kinderen met deze problemen hebben deskundige hulp nodig, want het gaat om een stoornis die zich niet vanzelf herstelt.

Wat doet de logopedist?
De logopedist onderzoekt de spraak en de mondmotoriek van het kind, observeert het eten en drinken en stelt een diagnose. Nader onderzoek door een medisch specialist kan nodig zijn. De logopedische therapie is gericht op het leren aansturen van de spraakbewegingen. Er wordt geoefend om bewegingen van de tong, lippen, kaken en het gehemelte nauwkeurig te maken. Op een speelse manier worden spraakklanken apart geoefend, gekoppeld aan symbolen en/of gebaren. De oefeningen worden steeds moeilijker: eerst dezelfde klank achterelkaar oefenen, dan afgewisseld met een andere klank, dan meer dan twee klanken afwisselen enzovoorts. Het kind wordt hierdoor vaardiger in het sturen van de bewegingen van de mond. Dit lukt niet met een paar keer oefenen, maar vereist een geregelde en consequente training, ook thuis.
De duur en resultaten van de logopedische therapie zijn afhankelijk van de ernst van de uitspraakproblemen en van het tijdstip waarop de therapie begonnen is. De therapie kan al op zeer jonge leeftijd (twee a drie jaar) starten.

Wat is dysartrie?
Dysartrie is een spraakstoornis die wordt veroorzaakt door een beschadiging van het zenuwstelsel. Hierdoor werken de spieren die nodig zijn voor het ademen, de stemgeving en de uitspraak onvoldoende.
Oorzaken van dysartrie zijn bijvoorbeeld een beroerte (CVA), een hersentumor, een ongeval, een spierziekte zoals ALS (Amyotrofische Lateraal Sclerose) of een neurologische aandoening (ziekte van Parkinson). Deze aandoeningen komen voornamelijk voor bij volwassenen en ouderen, maar ook bij kinderen en jongeren kan een dysartrie ontstaan.
De communicatie bij mensen met dysartrie is gestoord, omdat ze moeilijk te verstaan zijn. Dit kan komen door een onduidelijke uitspraak, een te zachte en/of hese stem, en eentonig of nasaal (door de neus) spreken of een combinatie hiervan.
Bij een dysartrie door een beroerte is er vaak sprake van een verlamming van (een deel van) één kant van het aangezicht, waardoor de mimiek verandert. Speekselverlies of slikproblemen kunnen het gevolg zijn (zie bij slikproblemen bij volwassenen).

Wat doet de logopedist?
Via de huisarts, neuroloog of revalidatiearts wordt een patiënt naar een logopedist verwezen. De logopedist zal onderzoek doen naar het gevoel en het functioneren van de spieren in het gezicht. Ook wordt de stem en de verstaanbaarheid beoordeeld.
De behandeling is gericht op het verbeteren van de verstaanbaarheid. De patiënt leert optimaal gebruik te maken van zijn mogelijkheden. Vanuit een juiste, symmetrische lichaamshouding worden mondmotoriek (belangrijk bij het eten, drinken en het spreken), de uitspraak, de ademhaling en de stemgeving behandeld. De logopedist geeft adviezen aan de patiënt en de mensen in zijn omgeving. De resultaten van de behandeling zijn mede afhankelijk van de ernst en de aard van de ziekte of aandoening.
Als de patiënt ook met logopedische behandeling niet tot verstaanbaar spreken komt, zal de logopedist met de patiënt een geschikt communicatiemiddel zoeken. Dit kan een gebaren- of tekensysteem zijn of een elektronisch communicatiehulpmiddel.

Wat gebeurt er met de spraak bij de ziekte van Parkinson? 
De spraak van parkinsonpatiënten kan slechter verstaanbaar worden. Dat is vooral te merken aan: een zachte stem, een hese stem, mompelend spreken, monotoon spreken. Parkinsonpatiënten zeggen vaak ook dat het spreken vermoeiend is, dat hun stem hoger is geworden of dat het zingen moeilijker gaat. Dit wordt veroorzaakt door stijfheid in de spieren waardoor het spreken steeds meer moeite kost. De gevolgen zijn te kleine, tragere bewegingen van de lippen, de tong, de keelspieren en de stembanden.

Wat doet de logopedist?
Uit wetenschappelijk onderzoek is duidelijk geworden dat parkinsonpatiënten beter kunnen bewegen als ze op de juiste manier worden gestimuleerd. Dat geldt ook voor het spreken. Als een parkinsonpatiënt boos is, of iemand anders zegt “praat eens wat harder”, kan hij kortdurend beter spreken. Bij de logopedische behandeling van het spreken wordt gebruik gemaakt van dit principe, namelijk dat luider spreken leidt tot een betere verstaanbaarheid. Het is specifiek voor de ziekte van Parkinson en waarschijnlijk de enige effectieve aanpak waardoor een parkinsonpatiënt (ook buiten de behandelkamer van de logopedist) beter verstaanbaar kan gaan spreken. Door het luider spreken verminderen ook andere problemen:
• Een zachte stem wordt luider en dus beter hoorbaar.
• Een hese stem wordt helderder. De ademing wordt vanzelf dieper, omdat luid spreken zonder diepere ademing niet mogelijk is.
• De articulatie en het spreektempo verbeteren tegelijkertijd, want binnensmonds spreken en snel spreken zijn moeilijk vol te houden als je luider spreekt.

Daarnaast hebben veel parkinsonpatiënten moeite om op de juiste woorden te komen of de draad van een gesprek vast te houden. Dat kan samengaan met slecht verstaanbaar spreken, maar het kan ook de voornaamste klacht over het spreken zijn. 
Ook voor oefeningen en adviezen bij slikproblemen (zoals vaak verslikken en steeds langzamer kauwen en slikken) of bij het last hebben van verlies van speeksel, kunt u bij de logopedist terecht. 


Bij Logopedie SamenSpraak hebben Judy Kuipers-Janssen, Stephanie Creemers en Veronica Smeets de nascholing PROMPT gevolgd. Hiermee kunnen zij motorische spraakstoornissen behandelen middels tactiel-kinestetische ondersteuning, gericht op manuele manipulatie van de spraakbeweging.
Auditieve en/of visuele feedback kan niet voldoende input geven voor de patiënt. De logopedist kan dan met de eigen handen de lippen, kaak of tong van de patiënt vast willen pakken om de klank te vormen, zodat de patiënt kan ervaren hoe die klank wordt gemaakt. Dit is wat PROMPT biedt; van buitenaf hulp bieden bij het vormen van klinkers en medeklinkers door actief manipuleren van spiergroepen en lokalisaties. 

Daarnaast zijn Stephanie Creemers en Veronica Smeets gespecialiseerd in het behandelen en begeleiden van Parkinsonclienten, door hun deelname aan ParkinsonNet. ParkinsonNet is een nationaal netwerk dat tot doel heeft parkinsonpatiënten in Nederland de beste zorg te geven. Deelname aan ParkinsonNet zorgt voor deskundigheid op het gebied van de ziekte van Parkinson en een betere samenwerking met andere gespecialiseerde zorgverleners in de regio. 

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu