Slikken en mondgewoonten - Logopedie SamenSpraak

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Slikken en mondgewoonten

Logopedie

Slikstoornissen bij kinderen                                                    

Bij kinderen ontstaan moeilijkheden met eten en drinken doordat kinderen de spieren, die nodig zijn bij het zuigen, afhappen van een lepel, bijten, kauwen en slikken niet onder controle hebben. Ze verslikken zich regelmatig, kunnen veel spugen of een verhoogde kokhalsreflex hebben.


Preverbale logopedie
De behandeling van eet- en drinkproblemen bij kinderen valt onder preverbale logopedie: logopedie voordat het spreken begint.
In de loop van het eerste levensjaar leert uw kind allerlei verschillende soorten voedsel eten en drinken. Dit hoeft niet altijd vanzelf te gaan. Het kan zijn dat uw kind niet goed kan eten en/of drinken door een medisch probleem. Ook kan het zijn dat hij niet wil of durft te eten door negatieve of onprettige ervaringen. Een preverbaal logopedist begeleidt en adviseert hierbij en behandelt indien nodig.
Preverbale logopedie is bestemd voor baby’s en jonge kinderen die moeite hebben met: drinken uit de borst, drinken uit de fles, eten van de lepel, kauwen, slikken, drinken uit de beker, controle van speeksel (overmatig kwijlen). Uw kind kan bijvoorbeeld gaan kokhalzen, spugen of zich verslikken en zelfs voeding gaan afweren of weigeren. Soms komt het voor dat een kind hierdoor een periode afhankelijk is van sondevoeding. De logopedist kan ook een rol spelen bij het afbouwen van de sondevoeding.
We spreken hier over baby’s en veelal jonge kinderen. Toch komt het soms ook voor dat oudere kinderen begeleiding krijgen van een preverbale logopedist in verband met eet- en drinkproblemen.

Onderzoek en behandeling
Voordat een behandeling start, spreekt de logopedist uitvoerig met u als ouder(s)/verzorger(s) over het probleem en de hulpvraag. Vervolgens wordt gekeken naar de spierkracht en het gevoel in en rond de mond van uw kind. Daarna zal de logopedist het eten en drinken observeren. Op basis van de verkregen informatie wordt samen met u beslist of behandeling gestart wordt en zo ja, in welke vorm.

De behandeling en begeleiding
- is gericht op het verbeteren van de mondmotoriek en het gevoel in het mondgebied
- bestaat uit het geven van adviezen en begeleiding aan u als ouders en uw directe omgeving
- bestaat uit het direct behandelen van uw kind
- is individueel gericht en duurt 30 per sessie
- kan bij u thuis of op de locatie van de therapeut plaatsvinden
Het uiteindelijke doel is dat uw kind veilig en voldoende eet en drinkt. Indien nodig werkt de logopedist samen met andere hulpverleners die betrokken zijn bij het kind zoals bijvoorbeeld een fysiotherapeut en/of een diëtist.
Bij Logopedie SamenSpraak heeft Liesbeth Snippe aanvullende scholing gevolgd op het gebied van eet- en drinkproblemen bij kinderen.


Afwijkende mondgewoonten
De vormgeving van de mond en de stand van de tanden en kiezen worden voor een groot deel bepaald door de functie van de spieren in en om de mond. Afwijkende mondgewoonten kunnen het evenwicht tussen die spieren onderling verstoren. Onder afwijkende mondgewoonten worden die gewoonten verstaan die negatieve gevolgen hebben voor de gebitsstand, het spreken en het gehoor. Openmondgedrag, afwijkend slikken en duimzuigen zijn afwijkende mondgewoonten. Mogelijk gevolg voor de spraak is lispelen. Door middel van Oro-Myofunctionele Therapie (OMFT) wordt het evenwicht van de spieren in en om de mond herstelt.

 

Wat is OMFT?
"Normaal gesproken" is er een functioneel evenwicht tussen de werking van de verschillende spieren in en rond de mond. De kauwspieren, de tong, de lippen, de kinspieren etc. oefenen ieder functionele krachten uit op het gebit. Als bepaalde spieren of spiergroepen niet goed functioneren, heeft dit vrijwel altijd een direct gevolg voor de vorm van het gebit en/of de kaken. Vaak is dan ook de spraak gestoord. Veelal is er gestoorde groei van de naso-pharyngeale ruimte met als mogelijk gevolg Pediatrische slaapstoornissen of zelfs hypopneu of apnoe.
Indien uitsluitend de spraak gestoord zou zijn, kan de klassieke logopedie uitkomst bieden. Maar als de kaken, de tanden en kiezen, neusholte en/of het kaakgewricht bij het probleem betrokken zijn, kan de logopedist daarmee geen blijvend resultaat bewerkstelligen. De oorzaak van dergelijke problemen is dan namelijk niet weggenomen.

Taak voor een gedifferentieerd logopedist
De oro-myofunctionele therapie is erop gericht alle mondspieren weer in evenwicht te brengen door gerichte oefeningen te geven en foutieve gewoonten af te leren. De therapie pakt daarmee de oorzaak aan van één of meerdere problemen en niet alleen de gevolgen van het verkeerde evenwicht. Door deze aanpak is de kans op een relaps bij andere therapieën, zoals logopedische articulatie-behandeling, orthodontie of chirurgische kaakcorrectie veel minder.

Bij Logopedie SamenSpraak hebben Veronica Smeets en Judy Kuipers aanvullende scholing gevolgd op het gebied van OMFT.


Voor een lijstje met de negatieve gevolgen van afwijkend mondgedrag, zie deze link

Zie beneden enkele filmpjes van de kaakontwikkeling.
                                                 

FEITEN EN CIJFERS over Slikproblemen


Links

slik- en zuigproblemen bij zeer jonge kinderen ( preverbale logopedie)
www.prelogopedie.nl


OMFT

 
slikproblemen bij volwassenen
www.dysphagiaonline.com

Normale kaakontwikkeling

Kaakontwikkeling
bij afwijkend slikken

Kaakontwikkeling
bij mondademen

Normale kaakontwikkeling
Ontwikkeling luchtweg en kaakgewricht bij mondademen
 

De kracht die de tong uitoefent:

 


Slikstoornissen bij volwassenen                                                    

De mond wordt gebruikt om te spreken, maar ook om te eten en te drinken.
Na hersenletsel, een aandoening in het zenuwstelsel, na bestraling of na een operatie in het hoofd-halsgebied kunnen stoornissen in het slikproces ontstaan.
Kauwen en slikken doen we zonder er veel bij na te denken. We drinken en eten omdat we dorst of trek in eten hebben en graag met elkaar aan tafel eten, samen kofie drinken of feest vieren. Wie een slikstoornis heeft weet dat zorgeloos met elkaar eten en drinken niet zo makkelijk meer gaat of zelfs onmogelijk is geworden. Slikstoornissen variëren van een vervelend gevoel met slikken, maar nog wel alles kunnen eten en drinken, tot niet meer in staat zijn tot kauwen en slikken en helemaal afhankelijk zijn van sondevoeding.

Moeilijk vocht of voeding weggeslikt te krijgen kan verschillende oorzaken hebben, als de mond- of keelspieren minder goed gaan functioneren, plotseling (bijv. door een beroerte) of geleidelijk (bijv. door een spierziekte of tumor) verandert het kauwen en slikken.
Er zijn twee hoofdproblemen bij een slikstoornis:
- moeite om voeding weggeslikt te krijgen, dat wil zeggen het slikken lukt niet goed, de voeding wil niet weg of blijft na het slikken achter in de mond of in de keel.
- verslikken, dat wil zeggen (een deel van) de voeding wordt ingeademd en komt in de luchtpijp terecht in plaats van in de slokdarm en veroorzaakt een hoestbui.

De logopedist onderzoekt het slikproces. Daarna bespreken we algemene slikadviezen, doen we (indien nodig) speciale oefeningen om de slikspieren te versterken, en bespreken we welke voedingsconsistenties makkelijker en veiliger gebruikt kunnen worden. 


 
Logopedie en slikproblemen bij ouderen
 
Video met uitleg over de verschillende slikfasen (in het Engels)
Wat is verslikken precies? 

Klik hier voor een filmpje dat uitlegt wat verslikken precies is.
Aangezichtsverlamming (facialis parese)
Beide kanten van het gezicht hebben een nervus facialis ofwel aangezichtszenuw. Deze zenuw stuurt de spieren aan die zorgen voor de expressie (mimiek) van het gezicht. Ook het sluiten van de ogen en mond wordt geregeld door deze zenuw. De aangezichtszenuw komt uit de hersenen en loopt door een nauw, benig kanaal in de schedel. Eerst langs het inwendig gehoororgaan, dan langs een middenoorbeentje (de stijgbeugel) om tenslotte tevoorschijn te komen in de oorspeekselklier, die voor het oor ligt. In deze speekselklier splitst de zenuw zich in verschillende takken naar de spieren van het gezicht. De aangezichtszenuw is vergeleken met andere zenuwen erg kwetsbaar.
Wanneer om welke reden ook de zenuw beschadigd wordt, functioneert deze minder goed. De aangedane zijde van het gezicht beweegt niet goed meer mee (=verlamming aan deze zijde). Het kan dan zijn dat het gezicht scheef staat: de mondhoek aan de aangedane zijde hangt lager, de plooi tussen neus en mondhoek verdwijnt en het oog is wijder dan aan de gezonde zijde. Het lukt dan niet om het oog te sluiten (er verschijnt dan oogwit ) de wang is slap. Doordat de mond deels omlaag hangt, kan spreken, slikken en speekselcontrole moeilijk(er) zijn. Ook tranen van het oog en smaakverandering kunnen hiermee samenhangen.

Oorzaken
Het medisch onderzoek en uw ziektegeschiedenis kunnen uitwijzen om welke oorzaak het gaat. In ongeveer 50%  lijkt de aangezichtsverlamming door een virus (zeer waarschijnlijk het herpes simplex virus type 1, de “koortslip”) veroorzaakt te zijn. Dit wordt de verlamming/ ziekte van Bell genoemd. Het  kan ook veroorzaakt worden door minder vaak voorkomende redenen, zoals een oorontsteking, schedelletsel, gordelroosvirus, een tumor, of tekenbeetziekte( ziekte van Lyme).
Als alleen de onderste aangezichtsspieren zijn aangedaan en niet de oogtak, noemen we dat een centrale aangezichtsverlamming. Dat  heeft een andere (neurologische) oorzaak. 

Afhankelijk van de onderliggende oorzaak kan een aangezichtsverlamming helemaal, gedeeltelijk of iets herstellen. Bij de verlamming van Bell herstelt de functie meestal spontaan binnen 3 tot 8 weken bij ongeveer 85 % van de patiënten. Duurt de genezing langer dan zal volledig herstel waarschijnlijk niet optreden. Er kunnen dan hinderlijke restverschijnselen blijven bestaan, zoals hinderlijk meebewegingen (synkinesen) bij spreken, eten en drinken. Verder kan de aangedane kant strak aanvoelen en kan het oog tijdens het eten tranen

Wat kunt u zelf doen?
Ter voorkoming van oogproblemen (bijvoorbeeld het uitdrogen van het hoornvlies) is het noodzakelijk tijdens het slapen het aangedane oog te behandelen met zalf, gel of oogdruppels of een horlogeglasverband te gebruiken. Dit voorkomt uitdroging. Zonodig kunt u overdag beschermende oogdruppels gebruiken. Wat betreft het eten en drinken is het belangrijk dat u probeert dit zo normaal en symmetrisch mogelijk te doen, en dat u extra aandacht aan de mondhygiëne besteedt

Behandeling
Als een beschadigde zenuw niet volledig herstelt, kan de patiënt er hinderlijke restverschijnselen aan overhouden: asymmetrie in het gezicht, verminderde functie en abnormaal bewegen. Deze verschijnselen kunnen zoveel mogelijk onderdrukt worden door oefentherapie, ook wel mimetherapie genoemd. Dit wordt gegeven door speciaal opgeleide logopedisten/ mimetherapeuten (of fysiotherapeuten/ mimetherapeuten).  Zij kunnen u ook advies en uitleg over herstel- en herstelmogelijkheden geven.

Mime therapie krijgt u als de functie van de zenuw gedeeltelijk is teruggekeerd en de aangedane kant van het gezicht weer wat kan bewegen. U leert: 
- Omgaan met de aangezichtsverlamming. 
- Massagetechniek om de doorbloeding te bevorderen.
- Tips en compensatiemogelijkheden voor het eten, drinken en verstaanbaar spreken

Bij Logopedie SamenSpraak heeft Veronica Smeets de opleiding tot mime-therapeut gevolgd.
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu