Aangezichtsverlamming - Logopedie SamenSpraak

Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Aangezichtsverlamming

Facialis parese, Bell's palsy oftewel aangezichtsverlamming

Beide kanten van het gezicht hebben een nervus facialis ofwel aangezichtszenuw. Deze zenuw stuurt de spieren aan die zorgen voor de expressie (mimiek) van het gezicht. Ook het sluiten van de ogen en mond wordt geregeld door deze zenuw. De aangezichtszenuw komt uit de hersenen en loopt door een nauw kanaal in de schedel bij het oor. De zenuw splitst zich in verschillende takken naar de spieren van het gezicht. De aangezichtszenuw is vergeleken met andere zenuwen erg kwetsbaar.

Wanneer om welke reden ook de zenuw beschadigd wordt, functioneert deze minder goed. De aangedane zijde van het gezicht beweegt niet goed meer mee (=verlamming aan deze zijde). Het kan dan zijn dat het gezicht scheef staat: de mondhoek aan de aangedane zijde hangt lager, de plooi tussen neus en mondhoek verdwijnt en het oog is wijder dan aan de gezonde zijde. Het lukt dan niet om het oog te sluiten (er verschijnt dan oogwit ). Doordat de mond deels omlaag hangt, kan spreken, slikken en speekselcontrole moeilijk(er) zijn. Ook tranen van het oog en smaakverandering kunnen hiermee samenhangen.

De oorzaak wordt door de specialist in het ziekenhuis of de huisarts vastgesteld. In ongeveer 50% lijkt een virus de oorzaak te zijn. Dit wordt de verlamming/ziekte van Bell genoemd. Het kan ook veroorzaakt worden door onder andere een oorontsteking, schedelletsel, gordelroosvirus, een tumor, of tekenbeetziekte (ziekte van Lyme).

Als alleen de onderste aangezichtsspieren zijn aangedaan en niet de oogtak, noemen we dat een centrale aangezichtsverlamming. Dat heeft een andere (namelijk neurologische) oorzaak. 

Afhankelijk van de onderliggende oorzaak kan een aangezichtsverlamming helemaal, gedeeltelijk of iets herstellen. Bij de verlamming van Bell herstelt de functie meestal spontaan binnen 3 tot 8 weken bij ongeveer 85 % van de patiƫnten. Duurt de genezing langer dan zal volledig herstel waarschijnlijk niet optreden. Er kunnen dan hinderlijke restverschijnselen blijven bestaan, zoals hinderlijk meebewegingen (synkinesen) bij spreken, eten en drinken. Verder kan de aangedane kant strak aanvoelen en kan het oog tijdens het eten tranen.

Wat kunt u zelf doen?
Ter voorkoming van oogproblemen (bijvoorbeeld het uitdrogen van het hoornvlies) is het noodzakelijk tijdens het slapen het aangedane oog te behandelen met zalf, gel of oogdruppels of een horlogeglasverband te gebruiken, dit wordt voorgeschreven door uw arts. Dit voorkomt uitdroging. Zonodig kunt u overdag beschermende oogdruppels gebruiken. Wat betreft het eten en drinken is het belangrijk dat u probeert dit zo normaal en symmetrisch mogelijk te doen, en dat u extra aandacht aan de verzorging van uw mond besteedt.

Als een beschadigde zenuw niet volledig herstelt, kan de patiƫnt er hinderlijke restverschijnselen aan overhouden: asymmetrie in het gezicht, verminderde functie en abnormaal bewegen. Deze verschijnselen kunnen zoveel mogelijk onderdrukt worden door oefentherapie, ook wel mimetherapie genoemd. Dit wordt gegeven door speciaal opgeleide logopedisten/ mimetherapeuten (of fysiotherapeuten/ mimetherapeuten). Zij kunnen u ook advies en uitleg over herstel- en herstelmogelijkheden geven.
Er bestaat een register waarin alle opgeleide therapeuten terug te vinden zijn, zie deze link.

Mime therapie krijgt u als de functie van de zenuw gedeeltelijk is teruggekeerd en de aangedane kant van het gezicht weer wat kan bewegen. U leert: 
- Omgaan met de aangezichtsverlamming. 
- Massagetechniek om de doorbloeding te bevorderen.
- Tips en compensatiemogelijkheden voor het eten, drinken en verstaanbaar spreken

Bij Logopedie SamenSpraak heeft Veronica Smeets de opleiding tot mime-therapeut gevolgd.

Voor links over dit onderwerp, kijk op deze pagina.

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu